Zes onderdelen die samen een integraal systeem voor menselijke ontwikkeling vormen. De grondbeginselen zeggen hoe ontwikkeling verloopt, de lagen van waaruit je kijkt, de lijnen waarlangs je groeit, het kompas welke kant, het pad wanneer je wat doet, en de hoofdlijnen waarvoor.
Het boek gebruikt daarvoor de metafoor van een spel: spelregels, speelveld, camerastandpunten, speellijnen. Die houdt de onderdelen uit elkaar zonder ze los te maken.
Klik een onderdeel aan om te zien wat het doet en waar het aan grenst, of open alles tegelijk en achter elk onderdeel zit een eigen plaat die verder gaat waar de kaart ophoudt. Alle elf staan hieronder; dit is de plek waar ze compleet staan.
De platen
Elf platen: negen over de onderdelen, één over de beweging zelf, en één die lagen en lijnen over elkaar legt. Ze werken op zichzelf; wie het geheel wil zien leest ze in de volgorde hierboven, van de grondbeginselen naar de hoofdlijnen. Ook binnen een plaat loont klikken: de meeste onderdelen vertellen zichzelf, als je ze aanraakt.
Hoe ontwikkeling werkt
Het werkingsmodel: frictie, herkenning, belichaming en bestendiging, en de bedding waarin dat gebeurt. De plaat die de andere met elkaar verbindt.
Grondbeginselen
De zes aannames waar alles op rust.
De vier hoofdlijnen
Van het geheel naar mijn pad.
Van gedrag naar zingeving
De ijsberg: wat onder gedrag ligt en het stuurt.
De bewustzijnsladder
Vijf tredes, negen lagen van waaruit iemand kijkt.
Iconen voor de negen lagen
Een beeldteken per laag, voor gebruik in materiaal.
Het ontwikkelpad
De acht A’s: wanneer je wat doet.
De zes ontwikkellijnen
Waarlangs ontwikkeling loopt, en waarom dat ongelijk gaat.
Het wiel van lagen en lijnen
Negen ringen, zes sectoren: wat elke lijn op elke laag betekent.
Kwadranten en contactlenzen
Vier standpunten en twee manieren van kijken.
Het ontwikkelkompas
Drie assen en twee waarschuwingslampjes.
Fixatie en dissociatie per laag
Negen lagen, achttien lampjes: wat vastklampen en afsnijden per laag betekenen.
Werkstijlen en kindthema’s
De drenkeling: vijf stijlen boven water, dertien thema’s eronder.
De onderdelen, van onder naar boven
Onderaan de spelregels, daarboven het speelveld, en aan de buitenkant het verhaal dat richting geeft.
Alle onderdelen van dichtbij
Het spel
De metafoor die het boek gebruikt, houdt de onderdelen uit elkaar zonder ze los te maken. Samen vormen ze een routekaart die je horizontaal laat groeien in breedte en vaardigheden, en verticaal in diepte en wereldbeeld.
Van onder naar boven
De grondbeginselen liggen eronder; de rest bouwt van binnen naar buiten. Geen hiërarchie van belang, wel van afhankelijkheid.
Waarop het voortbouwt
INUA bouwt voort op Spiral Dynamics integral, de integrale theorie en de bewustzijnslagen van Loevinger, Torbert en Cook-Greuter — bewerkt naar deze tijd en naar het Nederlands.
Horizontaal én verticaal
De routekaart laat je groeien in breedte, vaardigheden en repertoire, en in diepte: van waaruit je kijkt.
De kaart is niet het gebied
Een model maakt onderscheid mogelijk. Het maakt de reis niet. Wat de kaart aanwijst, moet ergens geleefd worden.