Elk model over menselijke ontwikkeling rust op een handvol aannames. Zes daarvan dragen alles wat INUA doet en ze bepalen evengoed wat we níet beweren.
De belangrijkste: een latere laag is niet beter en niet gelukkiger, alleen ruimer. Ontwikkeling is niet af te dwingen, alleen uit te nodigen. En onze kennis blijft gedeeltelijk, hoe ver iemand ook komt. Dat is geen bescheidenheidsformule maar de voorwaarde om het model goed te gebruiken.
Klik een beginsel aan, of open alle zes tegelijk. Ze staan uitgewerkt in Bewustzijn in Actie en vormen het kader onder de INUA-reis en de bewustzijnsladder.
De spiraal van ontwikkeling
De beweging wordt vaak vergeleken met een steeds groter wordende spiraal: dezelfde thema’s, op een ruimere ronde.
Alle zes beginselen van dichtbij
Wat dit vraagt van begeleiding
De grondbeginselen zijn geen theorie naast de praktijk; ze bepalen hoe je met iemand werkt. In dit veld werken we met precisie en mildheid: niet forceren, wel uitnodigen; fixaties en dissociaties herkennen en integreren; schaduw, trauma en context op alle niveaus meenemen.
Geen keurslijf
Deze grondregels vormen een levende oriëntatie: een veld dat richting mogelijk maakt, geen meetlat waarlangs mensen worden gelegd.
Wat een stadium wel en niet zegt
Het beschrijft het dominante patroon van betekenisgeving, niet het geheel van iemands vermogens. Daarvoor zijn er de ontwikkellijnen.
Werk op de eerdere laag
Komt een volgende fase niet goed gedifferentieerd of geïntegreerd tot stand door fixaties of dissociaties, dan ligt het werk op de eerdere lagen.
Waar het vandaan komt
De gedeelde aannames van ontwikkelingstheorie, met Wilber, Cook-Greuter, Graves, Piaget, Maslow en Gebser als bronnen.