Vijf werkstijlen boven de waterlijn, dertien kindthema’s eronder. De stijl houdt het hoofd boven water; het thema trekt naar beneden. Allebei zijn ze ooit een oplossing geweest.
Een werkstijl is een manier om de pijn van een kindthema niet te voelen. Zolang ik anderen een genoegen doe, voel ik ‘besta niet’ minder. Wie de stijl alleen afleert, laat iemand zonder drijfhout in het water liggen; wie het thema eronder ziet, kan de stijl laten ontspannen.
Klik een werkstijl of een kindthema aan, of open alles tegelijk. Werkstijlen en kindthema’s komen uit de transactionele analyse; het beeld van de drenkeling is van Adrienne Lee. In het ontwikkelkompas is een doorschietende werkstijl vaak het gezicht van fixatie.
Boven en onder de waterlijn
Welke stijl welk thema overdekt, verschilt per mens. Het diagram ‘De drenkeling’ is aangepast naar het beeld van Adrienne Lee (Tilney, 1998).
Alle stijlen en thema’s van dichtbij
Hoe ze samenhangen
De werkstijlen houden in eerste instantie het hoofd boven water van de persoon die bijna verdrinkt. Daarin wordt het kindthema voelbaar, en dat trekt de persoon naar beneden. Zo kan iemand handelen naar ‘zolang ik anderen een genoegen doe, voel ik het verdriet over mijn eigen kindthema, besta niet, minder’. Of ‘zolang ik maar mijn best doe, vermijd ik mijn kindthema, heb geen succes’.
Waar het vandaan komt
Werkstijlen (drivers) en kindthema’s (injuncties) komen uit de transactionele analyse. Ze worden hier gebruikt als twee lenzen in de analyse van een ontwikkelvraag.
Geen diagnose
Dit zijn patronen in gezonde ontwikkeling bij volwassenen. Komt er bij een kindthema iets boven dat buiten de draagkracht van een traject valt, dan hoort dat bij zorg.
Twee stijlen, drie thema’s
In het cliëntdossier kiest de begeleider de twee meest preferente werkstijlen en benoemt de cliënt zelf hooguit drie thema’s die hij herkent.
Voorzichtig met de taal
Een thema in het bijzijn van de cliënt benoemen vraagt veiligheid en timing. Het helpt om zijn patroon te zien; het verklaart hem niet.